Pagina's

dinsdag 14 december 2010

Fruit: oude rassen





Oude rassen
Wanneer je buiten woont en ecologisch wilt tuinieren zijn oude fruitrassen bijna een 'must'. Deels terecht, want er zijn valide argumenten die tot de keus van bepaalde oude rassen kunnen leiden, maar deels ook onterecht op grond van historisch onjuiste veronderstellingen.

Je hebt, wanneer je oude fruitrassen in je keus betrekt, méér smaken tot je beschikking en ook op het gebied van oogstspreiding en bewaarbaarheid hebben oude rassen vaak meer te bieden dan moderne fruitselecties die zijn toegesneden op hedendaagse methoden van teelt en bewaring.
Oude rassen stammen uit een tijd dat arbeidsloon nog geen bepalende factor was, en men ook geen beschikking had over bewaarruimten met geavanceerde klimaatregeling; daar beschik je als particulier nu ook niet over, dus dat is een belangrijk aanknopingspunt. Ook de eis dat fruit in zo min mogelijk plukgangen geoogst moet kunnen worden is voor amateurs zelden relevant; vaak is het juist prettig dat je een ras langere tijd door kan plukken.

Een misverstand echter is dat oude rassen per definitie geschikt zijn voor onbespoten teelt. Jazeker, er zijn volop oude rassen met een behoorlijke, soms uitstekende, weerstand tegen de gebruikelijke ziekten en plagen, maar dat is beslist geen regel. De meeste oude rassen zijn niet ouder dan zo'n 150 jaar en zijn ontstaan tijdens de hausse in de fruitteelt die een gevolg was van de industriële revolutie. Niet dat het spuiten met giftige stoffen toen pas in zwang kwam, want dat was al veel langer aan de orde. 

Zolang de mens fruit teelt is er gebruik gemaakt van middelen om plagen te bestrijden; dat dateert al van ver voor onze jaartelling. Tot de vroegste middelen behoren plantenextracten, houtas en kalk, maar sinds de 17e eeuw komen ook stoffen als koper, lood en kwik in beeld. 

Laat de gedachte dus varen dat men vroeger geen bestrijdingsmiddelen gebruikte - dat gaat alleen maar op voor marginale boertjes waarvoor (de kwaliteit van) het fruit maar bijzaak was - en houd er rekening mee dat lang niet alle oude rassen van nature gezond en sterk zijn. 
Dat kun je overigens ook lezen in de literatuur die over dit onderwerp beschikbaar is, en waar in veel gevallen de gevoeligheden van een ras (voor bijvoorbeeld vruchtboomkanker of schurft) nadrukkelijk worden genoemd.


Historic Fruit online: 


Op deze site van Wageningen Universiteit vind je de digitale versies van onderstaande pomologische naslagwerken (in volgorde van ouderdom):

J.H. Knoop, Pomologia (1758) en Fructologia (1763);
M. van Noort, Pomologia Batava (1830);
S. Berghuis, De Nederlandsche boomgaard (1868), deel 1: Appels;
en         .          .           .             deel 2 Peren en steenvruchten;
K.J.W. Ottolander [et al.], Het fruit uit Flora en Pomona (1876, 1879);
Lauche, W., Deutsche Pomologie: 100 Birnensorten (1882);
Lauche, W., Deutsche Pomologie: 100 Aepfelsorten (1882-1883);
H. de Greeff, Onze appels en peren (1905-1908);
R. Lijsten, A. Beeftink, Nederlandsche fruitsoorten (1942).


Wanneer je op rasnaam wilt zoeken, kijk dan bij de database van de (Engelse) National Fruit Collection

> http://www.nationalfruitcollection.org.uk/search.php


Afbeeldingen:
 
Twee plaatjes van spuitapperatuur uit Fred C. Sears: Traditional Orcharding, Practical Methods for Growing and Marketing Fruit, Massachusetts Agricultural College, Amherst 1914 (reprint The Lyons Press, Guilford, 2003)
(constateer hoe heerlijk onbevangen er toen nog gespoten werd, maskers of beschermende kleding kom je in dit boek nergens tegen; wel de opmerking dat de [onnozele] enkeling die niet spuit het imago van het fruit uit de betreffende streek grote schade kan berokkenen)

Daaronder: 
Tips voor gezond fruit uit 'grootmoeders tijd' uit de Tuinbouwgids van 1946
(de tekst is leesbaar als je op de afbeelding klikt)



Geen opmerkingen:

Een reactie posten