Pagina's

vrijdag 14 januari 2011

Fruit: snoei is communicatie

Snoei is altijd logisch
Elke fruitsoort stelt zijn eigen eisen en vaak zijn die eisen ook nog per ras verschillend. Toch is het allemaal niet zo ingewikkeld: snoeien kun je zien als een vorm van communicatie. Wanneer je de taal van het gewas verstaat, wijst het zichzelf.





Snoeien doe je altijd met een reden. Daarom is het, wanneer je met snoeien begint, vooral belangrijk voor jezelf vast te stellen wat je wilt bereiken, en waarom. Wanneer je dat beeld eenmaal voor ogen hebt, wijst het gewas je zelf de weg. Leren snoeien is vooral leren kijken naar je fruitgewassen vanuit een bepaald wenspatroon. Dat ideaalbeeld (wat wil ik bereiken) moet je altijd in je achterhoofd hebben wanneer je aan je fruitgewassen werkt. 


Ondanks alle verschillen die er tussen de verschillende fruitsoorten en rassen zijn, hebben ze vooral ook veel gemeen. Uiteindelijk verlopen stofwisseling en groeiprocessen bij alle soorten volgens dezelfde principes, en zijn de onderlinge verschillen in de erfelijke programmatuur minimaal.
Om gezond en mooi fruit te produceren moeten fruitgewassen aan een aantal voorwaarden voldoen, en ondanks de grote veelsoortigheid zijn die voorwaarden (basiseisen) uniform. Wat altijd geldt is de noodzaak van een ‘open’ regelmatig gevormd gestel met voldoende ruimte tussen de takken onderling; daarbij moet er voldoende groei zijn om vruchthoutverjonging mogelijk te maken. 

De meeste gangbare fruitrassen zijn buitensporig vruchtbaar, de noodzakelijke vrucht- (of vruchthout-) dunning geeft dan het meeste werk; voor extensief onderhoud [in landschappelijke tuinen] heb je meer plezier van matig vruchtbare rassen. Hiermee is, als uitgangspunt, in feite alles gezegd. Wat er meer over te zeggen valt, gaat over het waarom (stellen we deze eisen) en het hoe (krijgen we dit voor elkaar). 

Het waarom is, op hoofdzaken, ook met een eenvoudig antwoord af te doen: een open (luchtig) gestel zorgt ervoor dat alle onderdelen van de kroon voldoende licht ontvangen, en dat het gebladerte na regen of vochtigheid zo snel mogelijk kan drogen- dit maakt het gewas minder gevoelig voor schimmelaantastingen; daarbij is voldoende groei voor vruchthoutverjonging nodig omdat de mooiste vruchten altijd aan jonge en vitale takken groeien; een regelmatige maar niet overdreven vruchtbaarheid zorgt dat we elk jaar een bevredigende hoeveelheid goed ontwikkeld fruit kunnen oogsten.

Basisvormen
Binnen dit kader van algemene voorwaarden kunnen we meestal kiezen uit verschillende mogelijkheden. Maar of je nu kiest voor een spilvorm (één opgaande stam -de harttak- met zijtakken), voor een ‘open’ kroon (een wijd uitstaand gestel zonder dominerende harttak) of voor een leivorm (aangebonden takken of ranken), hoofdzaak is steeds dat er voldoende ruimte voor licht en lucht tussen de verschillende takken of ranken blijft.

Daarbij geldt voor alle houtige boom- of struikvormende fruitgewassen dat de vorm die het dichtst bij de natuurlijke groeivorm staat, het minste onderhoud vraagt. Dat is bij appels, pruimen (en ander steenfruit) een struik of boom met een open kroon, en bij peren meestal een spil- (of piramide-) vorm. Vrijstaande bessenstruiken vormen van nature een bolle kroon, waarvan eenvoudig -door de middelste takken weg te nemen- een holle (open) kroon kan worden gevormd.
Bij de wijnrank of kiwi gaat de regel, dat de natuurlijkste vorm het minste werk geeft, niet op. Deze rankende fruitstruiken kunnen ongesnoeid ongekende afmetingen bereiken en moeten, om handelbaar te blijven, steeds fors worden gesnoeid. Het rankende fruit, dat overigens aan dezelfde basisregels als struiken en bomen is onderworpen, laat ik hier verder buiten beschouwing.


Het hoe
Met snoei manipuleer je het groeigedrag van het gewas. Je stuurt in feite de stofwisselingsprocessen bij. Met een beperkt aantal vaardigheden (knippen, zagen, uitbuigen, snijden, plukken of wrijven) kun je de manier van groeien en de vruchtbaarheid vergaand beïnvloeden. Het belangrijkste werkingsprincipe daarbij berust op de hormonenhuishouding van het gewas.
De groei- en de aanmaak van zijscheuten en bloemknoppen wordt bepaald door de mate van dominantie van de groeitoppen. De meest dominante groeitoppen bevinden zich aan de uiteinden van de hoogste twijgen aan de dikste takken. In de groeipunten (knoppen) ontwikkelt zich een groeihormoon (auxine) dat het gewas prikkelt tot aanvoer van bouwstoffen voor groei naar die specifieke plek. Zie die knoppen maar als hongerige zuigelingen waarbij de sterkste (gulzigste) het meeste voeding krijgt. Die voedingstromen naar de sterkste groeipunten kun je manipuleren, door de grootste gulzigaards weg te nemen (knippen) of door hun dominantie te verminderen door ze naar een lager niveau -dan hun concurrenten- te buigen.
Door het wegvallen van de dominantie van de groeipunt aan de top, wordt de hormonale samenstelling van de sapstroom veranderd ten gunste van de ontwikkeling van zijknoppen in de twijg.

Balans
Bij een gezonde boom of struik vormen onder- en bovengrondse delen een uitgebalanceerd geheel. Globaal kun je stellen dat het wortelgestel zich qua grootte evenredig aan de kroon ontwikkelt. Bij zware snoei, of door ernstige takbreuk, wordt die evenredigheid abrupt verbroken en treden er noodscenario’s in werking: in de omgeving van de schade ontwaken talrijke ‘slapende’ knoppen in de bast, om het weggevallen loof te vervangen.

Hoe zwaarder de snoei (schade) is, hoe ongestructureerder (warriger) de hergroei zal zijn. Dit principe [dat het gewas na schade probeert de balans te herstellen] is samen met de groeidominantie-regels, onze belangrijkste handleiding bij de snoei.
Wanneer alles naar wens verloopt is het zaak de balans zo min mogelijk te verstoren; in een aantal gevallen, bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende groei is voor vruchthoutverjonging, is het juist nuttig om een groei-impuls te geven met stevige snoei.

Communicatie
Met snoeien ga je een gesprek aan met je gewas: snoeien is opvoeding; soms dressuur, meestal verzorgend. Ik ben geen bomenfluisteraar, maar ik ben me er wel van bewust dat planten levende organismen zijn die reageren op prikkels. De taal van het gewas is een taal van reacties. Planten communiceren met lichaamstaal: gezonde gewassen hebben stevige, goed gekleurde, vitale bladeren en groeitoppen; gezonde gewassen zijn altijd in de groei. 

Communiceren met je gewassen betekent vooral opmerkzaam kijken. Het handelen doe je zo voorzichtig mogelijk, want het uitgangspunt bij snoei moet altijd zijn dat je het gewas niet onnodig prikkelt. Snoei is vooral nodig omdat wij zaken verlangen die voor het gewas zelf niet belangrijk zijn. Wij willen mooi fruit: goed ontwikkeld, smakelijk, kwetsbaar maar ongeschonden. Hoe verder dat fruit van de natuur afstaat, hoe meer we zullen moeten helpen. Wilde appeltjes, daar hoef je echt niets aan te doen, maar ons cultuurfruit vraagt zorg. Die zorg bestaat er uit dat we helpen en bijsturen. Het gewas laat je zien of je het goed doet, en wijst je met het eigen groeipatroon en reacties zelf de weg.

Snoeimotieven
# Vormsnoei = alles wat je doet om de gewenste vorm te krijgen en te houden  
# Verzorgingssnoei = het wegknippen van zieke en aangetaste delen  
# Verjongingssnoei = het wegknippen van ouder vruchthout om ruimte te maken voor de ontwikkeling van jonge scheuten
# Reguleringssnoei = het terugknippen van twijgen om de groei en de knopzetting te beïnvloeden.

Technieken
# Uitbuigen (het neerwaarts buigen van takken) is een eenvoudige manier om de top-dominantie op te heffen waardoor de groei van bloemscheuten (vruchthout) wordt bevorderd.
# Pluizen -het wegplukken van de blaadjes van de groeiknop aan het einde van een scheut- heeft (kortdurend) hetzelfde effect als uitbuigen. Zo hef je de topdominantie van de eindknop tijdelijk op, en bevorder je de aanmaak van zijscheuten. Pluizen doe je vooral bij gewassen in de (eerste) opkweekfase.
# Plukken is vooral van toepassing op de vruchtdunning. Bij het meeste grootfruit (appel, peer, pruim) is vruchtdunning cruciaal voor de kwaliteit van het fruit, voor het vermijden van beurtjaren en vaak ook voor de gezondheid van het gewas. 
# Uitbreken klinkt wat bruusk, maar het is de beste techniek om ongewenste scheuten te verwijderen. Wanneer je een jonge scheut uitbreekt, komen meestal ook de slapende knoppen aan de voet mee, zodat er geen hergroei is. Uitbreken doe je alleen in het groeiseizoen. Het gaat om het juiste moment: als de scheut te groot (en sterk) is beschadig je te veel. Ideaal gesproken blijft er na het uitbreken een klein putje over.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten