Posts tonen met het label diervriendelijk tuinieren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label diervriendelijk tuinieren. Alle posts tonen

dinsdag 15 mei 2018

DIKKE BOMEN



DIKKE BOMEN/

DE ADEMA'S   (uiteindelijk krijgt alles een naam

We woonden hier nog maar kort toen de ruilverkaveling in dit gebied werd uitgevoerd. Zo'n gebeurtenis is goedbeschouwd een ecologische ramp: het landschap wordt machinevriendelijk gemaakt en ter compensatie van de teloorgegane landschapselementen wordt dan hier en daar een 'overhoekje' beplant.
 

Wij hadden geluk omdat ons erf deel bleek uit te maken van een voormalig stateterrein, en dat de omringende percelen van dit complex aan Staatsbosbeheer waren toegewezen. De oorspronkelijke vormen werden gereconstrueerd; ook de grachtstructuren rond ons erf.

Pal voor het huis staakten de bezigheden want er stonden twee forse wilgen in de weg; die moesten verdwijnen, maar daarvoor was wel onze toestemming vereist. Die kwam er niet, ondanks de opgetrommelde deskundigen die me verzekerden dat deze wilgen op sterven na dood waren: 'wilgen worden niet ouder dan een jaar of veertig, deze zijn op'. Wij konden die aanslag op ons - toen nog schaarse - bomenbestand geestelijk niet aan. 

Inmiddels zijn we ruim 35 jaar verder en hebben de Adema's (vernoemd naar de vorige bewoners) vele stormen getrotseerd.
Ze staan scheef, maar dat kan ik me niet anders herinneren, en zijn monumentaal dik geworden.
Elk jaar waaien er wel wat - soms zeer zware - takken uit de kroon. Daarvan is een deel op het conto van de spechten te schrijven, dan blijkt het hart van de breuk een uitgehakt nest.

De spechten (grote bonte specht) huizen er inmiddels ook al enkele decennia. Volgens de literatuur maken ze elk jaar een nieuw nest, vaak zelfs meerdere. Zo hebben ze er in ieder geval een gatenkaas van gemaakt zodat de Adema's een lustoord voor holenbroeders zijn geworden, op de voertafel vlakbij provianderen vooral specht, boomklever, kool- en pimpelmees.





woensdag 22 augustus 2012

Een erf vol wilde planten



Naantjehof vanuit de kweektuin: op de voorgrond rode zonnehoed (Echinacea purpurea), op de achtergrond een paars lint dat vooral uit kattestaart (Lythrum salicaria) bestaat. Foto 15 augustus 2012

Toen we hier kwamen waren de percelen rond het huis weiland en het voorterrein was in gebruik als bouwland; dat is inmiddels ruim vijfendertig jaar geleden. 
De planten die je nu ziet zijn een mengeling, ontstaan uit de zaadvoorraad in de bodem, uit aangewaaide wilde planten en uit ingebrachte soorten. Dit alles is hier zijn eigen leven gaan leiden en eigenlijk doen we er niet meer aan dan wat bijsturen waar dat nodig is.

Voorterrein: kattestaart (paars, op voorgrond), lavatera (roze) en pastinaak (geel). Foto 29 juli 2012



Voorterrein: kaardebol (Dipsacus fullonum). Foto 5 augustus 2012
Voorterrein: lavatera  (L. thuringiaca) met haagwinde (Convolvulus sepium). Foto 29 juli 2012
Kaardebol (Dipsacus fullonum). Foto 5 augustus 2012
Voorterrein: lavatera (Lavatera thuringiaca). Foto 29 juli 2012
Voorterrein: heemst (Althea officinalis). Foto 29 juli 2012

Voorterrein: wilde peen (Daucus carota); de bol rechts is een uitgebloeid bloemscherm. Foto 20 juli 2010

Pastinaak (Pastinaca sativa). Foto 13 juli 2010


Voorterrein: tussen al het geweld van de grotere planten - gemiddeld meer dan manshoog- ook grassen en zoals hier, een dotje gewone rolklaver (Lotus corniculatus). Foto 22 juli 2012

woensdag 16 mei 2012

De Aanloophaan & ander leven





De Aanloophaan (foto 16 mei 2012)

Een dag of vier terug liep er een onophoudelijk kraaiende haan op het bouwland achter ons. Waarschijnlijk een haan uit de buurt op zoek naar een soortgenoot om verhaal te halen dacht ik, want hanengekraai komt hier van verschillende hoeken aanwaaien.
De volgende dag liep hij op het achtererf en de ochtend erna zagen we hem (vanuit ons bed) toenadering zoeken met een paar bergeenden die niets van hem moesten hebben. Hij droop af en verdween later richting kweektuin, die sindsdien zijn voornaamste verblijfplaats lijkt te zijn. Van tijd tot tijd zien we hem wat uitwaaieren in de directe omgeving.

De buren missen geen haan - maar het kan ook zijn dat hij gedropt is door een spijtoptant; in een woonomgeving is lang niet iedereen gecharmeerd van hanengeluid.

Inmiddels heeft hij zijn overdadig uitgekraaide bravoure wat verloren, we horen hem nog maar af en toe. Kippen gedijen meestal niet geweldig in hun eentje.

Zelf was ik bezig om de oude hut in de Noordhof om te bouwen tot kippenhok. Dat moet een redelijk bomvrij onderkomen worden, want onze laatste kippen zijn (alweer drie jaar geleden) roemloos afgeslacht door een vos. Daarna is het er niet meer van gekomen, maar ons hart bloedt als we ergens gekraai horen. Deze zomer moet & zal het dus.

Hoe het met de Aanloophaan zal lopen weten we niet: misschien komt zich nog een eigenaar melden. Als hij er over een week (of wat) nog is mag hij blijven en zal ik een tweetal hennetjes voor hem moeten zoeken.   

En een apart onderkomen maken, want hij voldoet niet aan het bewonersprofiel dat wij voor het nieuwe hok voor ogen hebben.

In de Noordhof komt een toom grote rustige kippen die goed honkvast zijn en niet op de vleugels willen. Die krijgen een ruim en stevig nachtverblijf en kunnen van daaruit overdags vrijelijk uitzwermen. In onze naïviteit gaan we er maar vanuit dat ze de moestuin zullen mijden en zich tevreden kunnen stellen met de aangrenzende boomgaardjes.

En uiteindelijk willen we weer met enige regelmaat een gezonde kip van eigen erf kunnen eten.



Aanloophaan: Is dit een flinke Wyandotte Kriel of een jonge Grote? Ik zie ook geen sporen, zelfs geen begin ervan. Is hij nog zo jong? Of zijn er ook spoorloze volwassen hanen? Mij is dat in ieder geval nooit opgevallen



Vanuit de slaapkamer: bergeenden; de Aanloophaan is inmiddels doorgelopen naar de volgende foto (14 mei 2012)

Vanaf zolder: zoekplaatje met specht en Aanloophaan (14 mei 2012)
details

Slaapplaats, foto 17 mei 2012, 20.42 uur

vrijdag 15 april 2011

Bergeenden

Vanachter het slaapkamerraam (foto 15 april 2011)

Wanneer we ze hier voor het eerst zagen weet ik niet meer, maar gaandeweg is ons terrein door bergeenden uitverkoren als baltsplaats; inmiddels een jaar of vijftien. De baltsende groep bleef aanvankelijk groeien, een paar jaar geleden zelfs tot twintig+, maar dat aantal liep de laatste twee jaar weer terug, vorig jaar waren er veertien.


Dit jaar waren ze laat en we maakten ons al ongerust. Meestal zien we de eerste begin april, nu was dat tien dagen later. 

Vanmorgen zagen we ze weer ouderwets vanuit ons bed: nu negen stuks en druk met hun baltsrituelen. Zover het op afstand te zien is (mannetjes zijn alleen te herkennen aan de knobbel aan de snavelbasis en aan het baltsgedrag) zijn het drie mannetjes en zes vrouwtjes. Dat lijkt problematisch want bergeenden broeden in paartjes die bij elkaar blijven, maar misschien lost het mannentekort zich nog op.

Gedurende de baltstijd waaieren ze - op zoek naar een goede broedplek - steeds verder over het terrein uit. Later kom je er soms bij toeval achter waar een nest is (ik zoek er ook niet naar, want ze zijn schuw) maar er blijven er na de balts altijd een aantal op het terrein. Die scharrelen dan als eenling wat rond, naar ik aanneem in de buurt van hun broedende partner. Vorig jaar bleven er vier (stelletjes) broeden. 

Foto's maken van bergeenden lukt (zonder telelens) alleen vanuit het huis, want als je teveel in de buurt komt zijn ze meteen vertrokken. Later, in de broedperiode, zijn ze wat minder schichtig.


Vanaf de zolder (foto 15 april 2011)