Posts tonen met het label stookhout. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stookhout. Alle posts tonen

maandag 4 juni 2012

Hout stoken

De houtmijten blijven hier minstens drie jaar intact omdat er vrij veel flinke ongekliefde stukken inzitten. Meestal is er te weinig dunner hout om er meteen een mooi afwaterend dak op te stapelen, en zijn de mijten het eerste jaar dakloos. Voor het dak reserveren we dan het dunnere hout dat de winter erop vrijkomt. Het hout van de mijt op de voorgrond is kort geleden naar binnen gebracht en er is vast een beginnetje gemaakt met een nieuwe vulling

Hout stoken is een manier van leven. Het is alleen rendabel als je zelf voldoende stookhout kan produceren en/of wanneer je aan voldoende goedkoop, liefst gratis, hout kunt komen. Daarbij is het véél werk (zagen, kloven, stapelen) en het vraagt veel opslagruimte. Vers stamhout moet minstens twee jaar drogen, en ruim voor de winter in een droge ruimte worden opgeslagen. Desalniettemin zijn we eraan verknocht.

Hout stoken geeft ons een gevoel van onafhankelijkheid en is - als je goed gedroogd hout stookt - ook nog eens milieu neutraal.

Zo'n dertig jaar verwarmden we onze leefruimte met een houtfornuis en een kachel; sinds zeven jaar hebben we in de stal een 40 kw. Atmos houtvergasser met een daarop aangesloten cv-systeem met een warmtebuffertank van 2700 ltr. en een boiler. Dat bevalt prima, het geeft minder werk en het stookt veel economischer. We gebruiken nu ongeveer evenveel hout als voorheen met de kachels maar verwarmen een groter deel van het huis; het warme water dat we gebruiken is een extra bonus.

Om een houtvergasser te laten renderen is een goed geïsoleerde buffertank noodzakelijk. Dan kun je de ketel maximaal stoken en wordt de hitte in het buffervat vastgehouden. 'Knijpen' (de ketel zachter laten branden) gaat ten koste van het rendement en is vervuilend.

Een houtvergasser geeft geen associatie met 'gezellig', maar meer een machinekamergevoel. Rechts zie je het expansievat dat, vanwege de buffertank, ook behoorlijk aan de maat moet zijn. De buffertank (nog net zichtbaar achter de kachel) is een vertikaal geplaatste ex-propaan-gastank die we met een kraan door het dak naar binnen hebben gebracht

's Winters brandt de ketel bij strenge kou zo'n 12 uur per etmaal; op mildere winterdagen volstaat een uur of zes; in de herfst of voorjaar kunnen we eens in de twee dagen stoken.
Wanneer we alleen de boiler gebruiken, en wat bijverwarming willen in de avond, kunnen we volstaan met twee stookbeurten per week.


Allemaal prachtig dus, maar we missen het gebruik van het fornuis; we missen het vuurtje stoken, het knapperen van brandend hout en het sissen van de waterketels.

Ons oude fornuis staat nog in de keuken - een monumentaal zachtgeel geëmailleerd Belgisch stuk gietwerk, maar helaas is het binnenwerk langzamerhand volledig uitgewoond. Eigenlijk zijn we op zoek naar een goed fornuis om dit gemis op te vangen. Uiteindelijk gaat er niets boven koken op een houtfornuis.


Dit hout is afgelopen winter geoogst; hier zijn nog wel een paar dagen (tussen de bedrijven door) kloven en stapelen nodig om er een karakteristieke mijt van te maken. Uiteindelijk wil het oog ook wat - we genieten ervan om langs onze geordende houtvoorraad te wandelen; dat geeft een voldaan gevoel

Het stookhout voor komende winter is mooi droog binnengehaald

Hier een partij blankhouten frames. Het is licht hout en alles moet op de zaagtafel kleingemaakt worden; maar het is onbehandeld en goed stapelbaar - reden genoeg om dankbaar te zijn voor deze afvalstroom


We hadden nog een restant azobé-resthout van een zagerij; voor (en van) de bruikbare stukken heb ik een houtrek gemaakt


Onze voorraad azobé plankjes koesteren we als brandstof reserve. Deze stouwen hebben een dakje en zijn luchtig gestapeld zodat ze niet zullen rotten. En natuurlijk is het handig om een plankje achter de hand te hebben voor timmerwerk op het erf. 

zondag 2 oktober 2011

Nazomer

De droogbonen zijn op de bedden te drogen gehangen; op de voorgrond de naar rood kleurende hulzen van de Friese Gele stokboon










Drogende walnoten; de kistjes hebben een bodem van gaas




Het stookhout voor deze winter ligt al veilig (droog) binnen; deze mijt hebben we nu afgedekt om het hout in het voorjaar goed gedroogd binnen te kunnen halen


Dagelijks vers sap van valfruit

zaterdag 29 januari 2011

Winterwerk, stookhout

Afgelopen week heb ik wat gedund in de windsingels en een omgewaaide boom opgeruimd. De nieuwe houtmijt groeit alweer flink, en er ligt nog volop hout dat eerst gekloofd moet worden. Tegen de tijd dat dergelijk hout de kachel in gaat, ben je er na het werk dat je er aan hebt (zagen, sjouwen, kloven) al een paar keer warm van geworden. Het dunnere snoeihout gebruiken we om takkenhagen* van te stoppen (*takkenhagen)
Een paar jaar geleden zag ik in Duitsland cirkels stookhout die bijeen werden gehouden door een stuk stevig gaas. Dat leek me makkelijker dan stapelen, en sindsdien heb ik het ook zo aangepakt. De Duitse cirkels waren bovenop afgedekt met een stuk plastic; dat is wel makkelijk, maar lelijk. Ik heb er een afwaterend dak op gestapeld; dat is natuurlijk toch weer extra werk, maar je hebt daardoor wel een aantrekkelijk bouwsel.








Houtmijt in wording. Het gaas wordt op het vlonder gezet, zodat je de onderkant met de bosmaaier vrij kunt houden (foto augustus '10)
De diameter van de mijten is ongeveer 3,5 meter; binnenin wordt alles los (en lukraak) gestort; aan de buitenkant leg ik de stammetjes in een cirkel zodat het er geordend uitziet. Voor de bodem heb ik een luchtig platform gemaakt van oude pallets en wat plankhout; het gaas is zwaar schapengaas (ursus gaas). Omdat het vrij grote stukken hout zijn (voor de hout-cv-ketel) blijven deze mijten drie jaar intact om goed te drogen. Daarna gaat het in de zomer de loods in.




zaterdag 27 november 2010

Winterklaar & Egels

Nog net voor de vorst de laatste bieten en peen van de tuin gehaald en een vakje prei opgekuild zodat die oogstbaar blijft. De aardbeienbedden zijn toegedekt met gevallen blad.

Vorig jaar werden we door de langdurige kou verrast en kwamen we droog stookhout tekort, nu zijn we er beter op voorbereid; er ligt voldoende binnen en ik heb ook buiten het een en ander met een dekzeil zekergesteld.




Egels

Afgelopen winter maakte ik me zorgen over het lot van de egels. Niet ten onrechte, zo leek het, want vanuit het keukenraam zag ik een vermagerd exemplaar scharrelen op een dik pak korstige sneeuw. Dat maakte een desolate indruk, maar toen ik hem/haar naar binnen wilde halen - om in de stal aan te sterken op kattenvoer - was ie verdwenen. De wintersterfte leek echter mee te vallen, want deze zomer zag ik meer egels dan ooit. 
Mijn band met egels wordt de laatste jaren bepaald door onze hond Bo (De Dikke Jongen), die een obsessieve neiging heeft ze op te sporen. Als hij er een gevonden heeft blijft hij op me wachten. Hij mag er, tot z'n spijt, niet met z'n poten aanzitten en er ook niet overheen pissen. Wanneer ik zeg dat het goed is, loopt hij verder op zoek naar de volgende. Op weg naar de brievenbus traceert hij er doorgaans één of twee; tijdens de rondgang over het terrein voor het slapen gaan, vinden we er meestal nog drie of vier. Er zullen er wel meer zijn (hoeveel egels zouden elkaar verdragen op drie hectare??) want vaak staat Bo bij een haag of afvalhoop nadrukkelijk te snuffelen.
Dit jaar hadden we trouwens ook een huisegel met (later) haar kroost. Deze was zo geconditioneerd op het kattenvoer dat ze samen met de kat op verse brokjes zat te wachten. Later in het seizoen kwamen er ook jonge egeltjes bij de schuurdeur eten, ik dacht er drie te onderscheiden naar de verschillen in formaat, maar ik zag er nooit meer dan één tegelijk.
Eergisteren had ik de laatste eters aan de deur, nu vriest het en hebben ze (naar ik hoop) een veilig onderkomen gezocht.